Wat maakt dat gemotiveerde, ambitieuze – en vaak intelligente – leiders geregeld niet doen wat noodzakelijk is? Dat de kennis, wil en motivatie aanwezig zijn en iemand de juiste stap desondanks niet zet. Dat leiders soms blijven zitten als ze moeten opstaan. Dat er in gesprekken water bij de wijn gaat terwijl er klare wijn moet worden geschonken. En dat er geregeld slimme smoezen zijn om dat te verdoezelen? Mij werd vier jaar terug helder dat het leiders nog te vaak ontbreekt aan moed om moeilijke situaties vol aan te gaan. Begrijp me goed: ik denk niet dat alle leiders als bange hazen door de gang lopen. Sterker nog: ik vind dat leiding gaan geven überhaupt al getuigd van moed. Waar het mij om gaat, is dat leiders er nog meer kunnen uithalen als ze op de kritieke momenten nèt wat moediger inzitten. Opvallend genoeg is er in de vakliteratuur en wetenschap weinig oog voor de klassieke deugd die, zoals Winston Churchill het formuleerde, alle andere eigenschapen mogelijk maakt. Moed roept veel vragen op.

Is moed te ontwikkelen en zo ja hoe dan? Wat kunnen MD-professionals doen om moed bij leiders te versterken? Hoe kan je moed onderscheiden van grootspraak? Laat me beginnen met een verkenning van het begrip moed en een paar voorzichtige conclusies over het ontwikkelen van durf in leiderschap.

Lees het hele artikel uit het Management Development magazine